Kleding in de Zuidelijke Nederlanden in de 16e eeuw

Vaak maak ik gebruik van algemene bronnen: bekende schilderijen, prenten tegengekomen in een museum of op een Pinterest bord van een mede-reenactor. Het leek het me daarom leuk om me te verdiepen in lokale ‘dracht’ van Bergen op Zoom.

Mode in Bergen op Zoom in de 16e eeuw

“Mode in de Zuidelijke Nederlanden met de schijnwerpers gericht op Bergen op Zoom” is een leuk, klein boekje dat zich hier op richt. Het richt zich vooral op begin 16e eeuw (tot 1530), maar omdat het ook bronnen uit latere tijd gebruikt was het alsnog leuk en nuttig om te lezen. Het is alleen jammer dat de informatie wat oppervlakkig blijft (ook al kan dat niet anders, voor een 75-pagina’s tellend boek), en bronnen uit heel Europa gebruikt om de kleding van die regio te illustreren. Hieronder volgt een beknopte samenvatting.

Bruegel the Younger - Fish Market (detail)

Bruegel the Younger – Fish Market (detail)

In de vroege Renaissance was handel tussen verschillende landen en steden in opkomst, waardoor er steeds meer invloeden van buiten de regio terug te vinden was in het eten en ook kleding. Grote handelssteden in de regio Zuid-West Nederland waren onder andere Bergen op Zoom en Antwerpen. Hier kwamen kooplieden uit Holland. Frankrijk, Italië, Portugal Spanje en Duitsland samen. desondanks blijven lokale verschillen groot, en was sommige kledij/stoffen alleen voor de rijkere klassen.

Niet alleen verschil in vermogen was hiervan de oorzaak; de rijken wilden niet dat de gewone burgers zouden pronken met dure stoffen. Het verschil in stand moest duidelijk te zien blijven. Hierom werden wetten ingesteld; zo mocht een gewone burger maar een bepaald deel van zijn inkomen uitgeven aan kledij, en mochten dorpsbewoners en ambachtslieden geen zijde dragen.

De rol van de kleermaker

Een andere omslag die de Renaissance met zich meebracht was de steeds belangrijkere rol van de kleermaker. Tot de late middeleeuwen was de vrouw des huize opgezadeld met de taak haar man, kinderen en zichzelf te kleden. In de 16e eeuw werd steeds meer buitenkledij overgenomen door de kleermaker (het snijdersgilde). De vrouw speelde alsnog een belangrijke rol in het herstellen van kleding en het maken van onderkleding, andere linnen goed en kinderkleding.

De meeste kleding was gemaakt van stevige stoffen, zodat ze lang meegingen. Kleding was een kostbaar bezit, en er werd dan ook voorzichtig mee omgegaan. Kleding werd vaak veilig opgeborgen in grote kisten, werd zo nodig versteld of hersteld en na overlijden doorgegeven aan een nabestaande.

Stoffen die werden gebruikt voor de bovenkleding in de 17e eeuw zijn onder andere wol (laken, halfwollen stoffen), taft, keperstof/serge, satijn, en voor hen die het konden betalen, fluweel of zijde. Daarnaast werd gebruik gemaakt van linnen voor voering, onderkleding en zaken als schoten, kapjes, etc. Katoen kwam pas later uit Amerika over.

Pieter Bruegel de Oude - de Bruiloft Dans (1566)

Pieter Bruegel de Oude – de Bruiloft Dans (1566)

Kleuren in kleding

In zowel de middeleeuwen als de 16e wordt er opvallend veel gebruik gemaakt van felle, contrasterende kleuren in de kleding. Dit is goed terug te zien op schilderijen van Bruegel. Veelgebruikte kleuren waren okergeel, oranje, verschillende tinten groen en bruin, indigoblauw, verschillende tinten grijs, maar ook paars, en meerdere tinten rood. Ook werd zwart veel gebruikt voor de kleding van de gegoede burgerij en mantels/huiken. Omdat gekleurde stoffen duurder waren dan ongeverfde stoffen hebben de armen vaak kleding in bruin-tinten van de ongekleurde wol en linnen.

Bron: Mode in de Zuidelijke Nederlanden met de schijnwerpers gericht op Bergen op Zoom. ISBN 90-90001229-X

Spread the word. Share this post!

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *